chinchilla

mannelijk/vrouwelijk (de)/tʃɪnˈtʃɪla/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. knaagdieren (knaagdieren) Zuid-Amerikaans knaagdier uit het geslacht der chinchilla's, dat veel gefokt wordt om zijn pels.
  2. bont van de chinchilla

Etymologie

* Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘knaagdier’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1840

Vertalingen

Engelschinchilla
Franschinchilla
Spaanschinchilla
Zweedschinchilla
Deenschinchilla