chip
mannelijk (de)/tʃɪp/
Wat is de betekenis van chip?
chip betekent: (voeding) dun reepje gefrituurde aardappel (voornamelijk gebruikt in het meervoud)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) dun reepje gefrituurde aardappel (voornamelijk gebruikt in het meervoud)
- (elektronica) (informatica) klein stukje halfgeleiderkristal waarop geïntegreerde circuits zijn aangebracht
- (materiaalkunde) beschadiging in aardewerk of porselein nadat een scherfje heeft losgelaten
Voorbeelden van "chip" in een zin
- Een zak chips.
- Zonder chips zou het internet er nooit gekomen zijn.
- De antieke vaas heeft sinds de verhuizing een chip in de bovenrand.
Etymologie
*[2] in de betekenis van ‘dun plakje silicium’ voor het eerst aangetroffen in 1979.
Vertalingen
Engelscrisp, potato chip, chip
Franspuce, circuit intégré
DuitsKartoffelchip, Chip, integrierter Schaltkreis
Spaanschip, circuito integrado
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek