chip

mannelijk (de)/tʃɪp/

Wat is de betekenis van chip?

chip betekent: (voeding) dun reepje gefrituurde aardappel (voornamelijk gebruikt in het meervoud)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) dun reepje gefrituurde aardappel (voornamelijk gebruikt in het meervoud)
  2. elektronica, informatica (elektronica) (informatica) klein stukje halfgeleiderkristal waarop geïntegreerde circuits zijn aangebracht
  3. materiaalkunde (materiaalkunde) beschadiging in aardewerk of porselein nadat een scherfje heeft losgelaten

Voorbeelden van "chip" in een zin

  • Een zak chips.
  • Zonder chips zou het internet er nooit gekomen zijn.
  • De antieke vaas heeft sinds de verhuizing een chip in de bovenrand.

Etymologie

*[2] in de betekenis van ‘dun plakje silicium’ voor het eerst aangetroffen in 1979.

Vertalingen

Engelscrisp, potato chip, chip
Franspuce, circuit intégré
DuitsKartoffelchip, Chip, integrierter Schaltkreis
Spaanschip, circuito integrado