chiropractor
mannelijk (de)/xiro'prɑktɔr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) (beroep) iemand die de chiropraxie of chiropractie beoefent
Etymologie
*afgeleid van het Griekse practor
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*afgeleid van het Griekse practor