chloor

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheikunde, element (scheikunde), (element) scheikundig element met symbool Cl en atoomnummer 17. Het is een geelgroen halogeen ,dat bij kamertemperatuur gasvormig is
    Rode ogen na een middagje zwembad worden veroorzaakt door urine, en niet door chloor, schreef Metro. En inderdaad, uit urine ontstaan chemische, irriterende stofjes. Maar: daarvoor heb je óók chloor nodig. Het eerste deel van de stelling klopt dus, het tweede deel niet. We beoordelen de stelling daarom als half waar. Anne-Martijn van der Kaaden NRC 23 juni 2015
    Veel andere hikers gebruikten de Sawyer Squeeze, waarmee je handmatig het vuile water door een filter moest persen. Andere opties voor waterfiltering zijn de Aquamira-chlorine-dioxine-druppels, of simpelweg chloor, waarvan alle bacteriën en microben blijkbaar doodgaan.

Etymologie

*Afkomstig van het Griekse χλωρος (chloros), dat is te vertalen als geelgroenig.

Vertalingen

Engelschlorine
Franschlore
DuitsChlor
Spaanscloro
Turksklor
Poolschlor
Zweedsklor