Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

chomer

/ˈxomər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. inhoudsmaat van ongeveer 220 liter; een chomer is tien bat volgens Ez. 45:11; in vertalingen ook: ezelslast (11×: Lev. 27:16, Num. 11:32, Jes. 5:10, Ez. 45:11 +, Hos. 3:2)
    Voor vijftien zilveren sjekels, een chomer en een letech gerst kocht hij haar terug.

Etymologie

*van (chomer), afgeleid van (chamor) "ezel"