Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
christenman
mannelijk (de)/ˈkrɪstə(n)ˌmɑn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) mannelijk persoon met een christelijk geloofEn laten we wel zijn, zo tekent hij nuchter aan: hoeveel mannen leefden niet met meer dan één vrouw zonder dat er enig probleem van kwam? Ook voor deze stelling schudt Potter precedenten uit zijn mouw: aartsvader Jacob voorop, maar ook anonieme anderen: „heidense heren ende oick ander mannen wael” hebben wel twintig, dertig, veertig, honderd of zelfs tweehonderd vrouwen gehad, „altoes bereyt te haren live, dat is waer, hoet u verwondert”, en ook menig christenman heeft in de praktijk toestemming gekregen voor het feit dat hij met twee of drie vrouwen verkeerde.
- (figuurlijk) beschaafd of westers mannelijk persoonGelukkig vertelde men me ook dat ik lange tijd zou moeten doorrijden voor ik weer een christenman of -vrouw zou ontmoeten. Dat heb ik in mijn oren geknoopt en uit voorzorg heb ik voedsel ingeslagen: vlees en brood en twee zakken goede, koele, heldere wijn.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek