chroma

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈxroma/

Wat is de betekenis van chroma?

chroma betekent: (scheikunde) (landbouw) vloeibeeld op filtreerpapier dat een beeld geeft van de samenstelling van de opgezogen stof

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheikunde, landbouw (scheikunde) (landbouw) vloeibeeld op filtreerpapier dat een beeld geeft van de samenstelling van de opgezogen stof
  2. kleur, vooral opgevat als afwijking van een even lichte of donkere tint grijs
  3. muziek (muziek) interval van een halve toon
  4. muziek (muziek) teken waarmee in het notenschrift een verhoging of verlaging wordt aangegeven
zelfstandig naamwoord
  1. muziek (muziek) toepassing van verhogingen en verlagingen in een compositie

Voorbeelden van "chroma" in een zin

  • Een chroma is een beeld van de bodem met informatie over de beschikbare stoffen en activiteit van het bodemleven. De vorm, kleuren en texturen van de chroma geven de bodemconditie weer.
  • Een chroma geeft een beeld over de kwaliteit van bijvoorbeeld een bodem of compost. Een chroma bestaat uit vier zones. Uit elke zone is een bepaald kwaliteitsaspect van de grond af te lezen.
  • De voorbehandelde mest wordt op 1 punt van het papier opgezogen. Verschillende stoffen in de mest komen op verschillende afstand van het middelpunt terecht en worden middels zilvernitraat zichtbaar gemaakt. Een chroma (…) is daardoor een ronde figuur met een aantal cirkels. Men leest aan de kleur van de cirkels en aan de aanwezige radialen (lijnen vanuit het centrum naar buiten) af wat de kwaliteit van de mest is.
  • De chroma van een kleur is de intensiteit van de kleuring.
  • Misschien ga ik ook schilderen, abstract, en een nieuwe kleur ontwikkelen – Antonius Blauw, ik probeer de Leegte een passend coloriet te geven, een chroma die het immateriële glans geeft.

Etymologie

**[3], [4] de verhoging of verlaging wordt (figuurlijk) opgevat als het bijkleuren van de toon