cineast

mannelijk (de)/sine'jɑst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. media, beroep (media) (beroep) maker van films
    Twee hoogleraren filmwetenschappen van de Universiteit van Amsterdam (UvA) wilden de cineast voordragen voor een eredoctoraat wegens zijn “minutieus uitgezochte studies op film” die voor de recente Nederlandse geschiedenis van “evident belang” zijn geweest, maar daar stak de UvA een stokje voor. Etienne Verschuren NRC 10 mei 2016

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘filmkunstenaar’ voor het eerst aangetroffen in 1929