cipier

mannelijk (de)/siˈpir/

Wat is de betekenis van cipier?

cipier betekent: (beroep) iemand die gevangenen bewaakt en verzorgt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die gevangenen bewaakt en verzorgt

Voorbeelden van "cipier" in een zin

  • Die cipier staat niet bekend om zijn zachtaardigheid.
  • The Daily Mirror ging al langs bij een gevangenis in Marseille. De boodschap van de anonieme cipier: hier wil je niet vastzitten. „Niemand spreekt Engels.”Fabian van der Poll 11 juni 2016 NRC

Etymologie

*van """, in de betekenis van ‘gevangenbewaarder’ aangetroffen vanaf 1552

Vertalingen

Engelswarden, jailer
Fransgardien de prison, geôliern, agente di custodia
DuitsGefängniswärter
Spaanscarcelero, guardián de cárcel, alcaide
Italiaansguardia carceraria
Portugeescarcereiro