civilist

mannelijk (de)/sivi'lɪst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. jurist gespecialiseerd in het burgerlijk recht
    Hij richt zich op strafzaken, in die tijd gezien als „in hoge mate intellectueel inferieur vergeleken met het civiele recht”, aldus Haenen. De civilisten noemen hun collega’s neerbuigend ’strafrechtboeren’. Moszkowicz ontdekt dat er genoeg cliënten zijn die kunnen en willen betalen voor bijstand in strafzaken. De Telegraaf SASKIA BELLEMAN 03 okt. 2018 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/2631548/max-moszkowicz-een-leven-lang-vechten Max Moszkowicz; een leven lang vechten]
    Jaarlijks worden in de regio Amsterdam gemiddeld zes à zeven advocaten van het tableau geschrapt. Nu gaat het om een civilist, recent ging het ook om strafadvocaten. Het Parool PAUL VUGTS 2 JANUARI 2019 [https://www.parool.nl/amsterdam/amsterdamse-advocaat-van-tableau-geschrapt-om-fraude~a4618349/ Amsterdamse advocaat van tableau geschrapt om fraude]

Etymologie

* afleiding van civiel