claque

mannelijk/vrouwelijk (de)/'klɑk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. uitklapbare (resp. opvouwbare) hoge hoed
  2. de gezamenlijke claqueurs

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘samendrukbare hoge hoed’ voor het eerst aangetroffen in 1847