claque
mannelijk/vrouwelijk (de)/'klɑk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- uitklapbare (resp. opvouwbare) hoge hoed
- de gezamenlijke claqueurs
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘samendrukbare hoge hoed’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek