classicus

mannelijk (de)/ˈklɑsiˌkʏs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) een beoefenaar van de klassieke talen
    De classicus had veel kennis van puntdichten in het Latijn.

Etymologie

*net als klassiek afgeleid via Frans classique van Latijn classis