classicus
mannelijk (de)/ˈklɑsiˌkʏs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) een beoefenaar van de klassieke talenDe classicus had veel kennis van puntdichten in het Latijn.
Etymologie
*net als klassiek afgeleid via Frans classique van Latijn classis
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek