clinch

mannelijk (de)/klɪnʃ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. conflict, elkaar omvat houden bij het boksen
    Zij liggen met elkaar in de clinch, ze hebben ruzie met elkaar.

Etymologie

*van het Engelse clinch

Uitdrukkingen

  • in de clinch liggen met iemandeen conflict hebben met iemand