clinch
mannelijk (de)/klɪnʃ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- conflict, elkaar omvat houden bij het boksenZij liggen met elkaar in de clinch, ze hebben ruzie met elkaar.
Etymologie
*van het Engelse clinch
Uitdrukkingen
- in de clinch liggen met iemand — een conflict hebben met iemand
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek