cloche

mannelijk (de)/klɔʃ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) hoog bol dameshoedje
    Op het vlak van kleding zijn kokerrok, mouwloze hemdjurk en pothoed (de zogenaamde cloche van ontwerper Paul Poiret) beeldbepalend, gecompleteerd met sieraden van zilver (Paul-Emile Brandt), email en edele gesteenten.
  2. kookkunst (kookkunst) deksel in de vorm van een metalen halve bol waaronder een schotel warm wordt opgediend
    Bij de combinatieoven wordt een schotel geleverd met een zilveren bol er op die in eethuizen een cloche wordt genoemd. Ben je met zes man, heb je zes obers nodig. Elke gast aan tafel krijgt een bord voor zich met een cloche er op. Precies gelijk tillen de zes obers de zes cloches op en slaken de zes gasten zes kreetjes van genoegen.

Etymologie

*van "cloche"