closetborstel

mannelijk (de)/kloˈzɛdbɔrstəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. huishouden (huishouden) steel die aan één uiteinde bolvormig is bezet met stugge haren, bestemd op een toiletpot schoon te vegen
    Het meisje kreeg een closetborstel, een emmer, een dweil, ze moest boven beginnen, toiletten, gangen, trappen.
  2. figuurlijk (figuurlijk) (Suriname) benaming voor , een sierplant van Afrikaanse oorsprong

Etymologie

*[2] omdat de bloeiwijze op een wc-borstel lijkt