cluster

mannelijk (de)/ˈklʏstər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. compacte groep van gelijksoortige objecten, verschijnselen, klanken etc.
  2. muziek (muziek) een dissonant akkoord van meerdere opeenvolgende tonen
  3. astronomie (astronomie) een groep sterrenstelsels

Etymologie

* van "cluster", in de betekenis van ‘tros, groep’ voor het eerst aangetroffen in 1963

Vertalingen

Engelscluster, tone cluster, galaxy cluster
Franscluster, cluster, groepe de galaxies
DuitsCluster, Cluster, Galaxienhaufen