cluster
mannelijk (de)/ˈklʏstər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- compacte groep van gelijksoortige objecten, verschijnselen, klanken etc.
- (muziek) een dissonant akkoord van meerdere opeenvolgende tonen
- (astronomie) een groep sterrenstelsels
Etymologie
* van "cluster", in de betekenis van ‘tros, groep’ voor het eerst aangetroffen in 1963
Vertalingen
Engelscluster, tone cluster, galaxy cluster
Franscluster, cluster, groepe de galaxies
DuitsCluster, Cluster, Galaxienhaufen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek