coadjutor
mannelijk (de)/ˌkoʔɑtˈjytɔr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) hulpbisschop (Rooms-Katholieke Kerk)
Etymologie
*afgeleid van het Latijnse adiūtor (helper)
Vertalingen
Spaanscoadjutor
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*afgeleid van het Latijnse adiūtor (helper)