cocaïne

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌkokaˈinə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheikunde (scheikunde) een drug die bereid wordt uit de bladeren van de coca die euforie en ongevoeligheid voor pijn veroorzaakt en leidt tot verslaving
    Er wordt een strenger beleid uitgevoerd tegen het bezit van cocaïne.
    Bijna 4.000 kilo cocaïne onderschept in Rotterdam Het gaat om de op één na grootste vangst ooit in de haven. De drugs hadden een waarde van 140 miljoen euro. Jorg Leijten 15 juni 2016 NRC
    Ik begreep dat ik die avond mijn eerste kans op cocaïne gemist had en daarmee mijn kans om werknemer van de maand te worden waarschijnlijk had verspeeld. {{Aut|Sandes, David

Etymologie

* Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘alkaloïde uit de coca’ voor het eerst aangetroffen in 1898

Vertalingen

Engelscocaine
Franscocaïne
DuitsKokain
Spaanscocaína
Italiaanscocaina
Portugeescocaína
Russischкокаин
Chinees可卡因
Japansコカイン
Koreaans코카인
Arabischكوكايين
Poolskokaina
Zweedskokain
Deenskokain