code
mannelijk (de)/'kodə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- geheimschrift, versleuteling zoals bijv. een dagboekcode
- de verzameling voorschriften en omgangsvormen op een bepaald gebied zoals bijv. erecodeper 1 januari 2010 is de Code Banken in werking getredenZij heeft in 2011 een eigen code vastgesteld: de NVvR-rechterscode.De code dient als referentiekader voor het rechterlijk handelen, waar rechters zich naar moeten richten bij de uitoefening van hun werkzaamheden.
- volgorde van cijfers of letters om een cijferslot te openen, sleutel
- (informatica) stelsel van symbolen voor een informatieverwerkende machinebekende codetabellen zijn heden ten dage ANSI, Unicode en UTF-8
- (taalkunde) taal, register, dialect
- (informatica) verzameling tekens die men moet ingeven om toegang tot bepaalde informatie te krijgenZijn code intypen om op het veelbesproken snc-bestand te komen.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘stelsel van signalen of symbolen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1919
Vertalingen
Engelscode
Franscode
DuitsKode
Spaanscódigo
Italiaanscodice
Zweedskod
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek