coffeeshop
mannelijk (de)/ˈkɔfiˌʃɔp/
Wat is de betekenis van coffeeshop?
coffeeshop betekent: (verouderd), (horeca) koffiehuis, café
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verouderd), (horeca) koffiehuis, café
- (economie) een gelegenheid waar, naast alcohol en/of koffie ook hasj (illegaal) verkrijgbaar was, een plaats waar (in de loop der jaren) de verkoop van softdrugs oogluikend werd toegestaan danwel gedoogd
Voorbeelden van "coffeeshop" in een zin
- Wij volgen Bob voor een oogenblik. Nauwelijks heeft deze de coffee-shop verlaten, of zijn gelaat heeft eene tot dus verre schier ongekende uitdrukking gekregen.
- De coffeeshop in het brede deel van de galerij zou een trekpleister geworden zijn van allerhande onaangename figuren, hasj-handelaren en schandknapen. Sommige winkeliers laten zelfs het woord „penoze" vallen.
- Het begrip „coffeeshop" heeft in anderhalf jaar tijd in Amsterdam weer een dubbele betekenis gekregen. Overal in de stad zie je coffeeshops met een geschilderd marihuanablaadje op het raam. Er wordt weed en hasj verkocht. De laatste tijd wint het gebruik van soft drugs terrein ten koste van het gebruik van alcohol.
- De toerist zat de hele dag te blowen in de coffeeshop.
Etymologie
**[2] in de betekenis van ‘gelegenheid waar softdrugs verkrijgbaar zijn’ aangetroffen vanaf 1972
Vertalingen
Spaanscoffee shop
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek