woorden
boek
Start
›
C
›
coiffeur
coiffeur
mannelijk (de)
/kwɑ'før/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
verouderd, beroep
(verouderd) (beroep) kapper [1], friseur
Etymologie
* van coifferen
Synoniemen
haarsnijder
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← coifferen
coiffeurs →