coiffure

mannelijk/vrouwelijk (de)/kwɑ'fyrə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de vorm en de manier waarin iemand zijn haar draagt
    In Pussy volgen we Fracassus (van fracas: opschudding, rumoer, opstootje) van de wieg tot het begin van zijn politieke carrière, wanneer hij afrekent met een broekdragende feministe. Fracassus is prins van de ommuurde republiek Urbs-Ludus, een samenleving die ‘veel waarde hechtte aan fantastische coiffure’, en waar de aristocratie bestaat uit vastgoedondernemers. Zijn vader is Groothertog, want specialist in casino’s, luxehotels en glanzende woontorens, ziggoerats, oftwel tempeltorens, genoemd.NRC Auke Hulst 28 april 2017

Etymologie

*uit het Frans

Vertalingen

Engelshaircut