coloratuur
vrouwelijk (de)/kolora'tyr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek) een reeks versieringen in de muziek, door cadansen, snelle loopjes, sprongen, korte noten en tremolo's
Etymologie
* Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘versiering met cadansen en loopjes’ voor het eerst aangetroffen in 1739
Vertalingen
Spaanscoloratura, gorgorito, melisma
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek