coma
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkoma/
Wat is de betekenis van coma?
coma betekent: (medisch) volkomen bewusteloosheid
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) volkomen bewusteloosheid
- wakende toestand terwijl men toch niet goed weet wat er gebeurt
zelfstandig naamwoord
- (astronomie) nevelmassa rond de kern van een komeet
- (optica) vertekening in het beeld als lichtbundels schuin invallen, waarbij punten een wat vagere, meer ovale vorm krijgen
Voorbeelden van "coma" in een zin
- Waarom voelde ik die bitterheid? Terwijl alles in mijn leven van nu af aan goed ging, Malcolm uit zijn coma was ontwaakt, Andrew had gezegd dat hij van me hield, en ik morgen naar huis ging? Een tastbaar verdriet maakte zich langzaam van me meester, ik voelde het in omvang toenemen en steeds meer beslag op me leggen, ik werd de bekende druk gewaar die zich nestelde op mijn borst en al het welbehagen dat zich daar eerst had opgestapeld verjoeg.
- Ze vertelt dat ze gebeld heeft met het ziekenhuis in Lyon en dat Maddie nog steeds in coma ligt.
- Hoewel Joy daarstraks nog in een halve coma verkeerde, schuifelt ze nu opeens ook de ontbijtzaal binnen en geeft me een stoot terwijl ze naar haar telefoon staart.
- Pas na de begrafenis van onze kinderen in Nederland raakten wij langzamerhand uit dit vreemde coma.
- De kern van een komeet is een losse samenklontering van bevroren gassen en stofkorrels. Als deze de zon nadert, sublimeert (verdampt) het bevroren oppervlak en hult de komeetkern zich in een wolk van gas en stof, de zogeheten coma.
Etymologie
*[B] via Latijn """ van "κόμη" (kómè) "hoofdhaar", in de betekenis van ‘nevelmassa rond komeetkern’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1912
Vertalingen
Engelscoma
Franscoma
DuitsKoma
Spaanscoma
Italiaanscoma
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek