combine
/kɔmˈbi.nə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport) groep wielrenners die tijdens een koers samenwerken om hun meest gevreesde tegenstanders in te halen of voor te blijven
- groep mensen, partijen of bedrijven die samen een aan een gedeeld belang werken
zelfstandig naamwoord
- (landbouw) landbouwmachine die granen en zaden bij het oogsten in een keer maait, dorst en zeeft
Etymologie
*[B] van "combine"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek