combine

/kɔmˈbi.nə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sport (sport) groep wielrenners die tijdens een koers samenwerken om hun meest gevreesde tegenstanders in te halen of voor te blijven
  2. groep mensen, partijen of bedrijven die samen een aan een gedeeld belang werken
zelfstandig naamwoord
  1. landbouw (landbouw) landbouwmachine die granen en zaden bij het oogsten in een keer maait, dorst en zeeft

Etymologie

*[B] van "combine"