commerciëlen

meervoud/ˌkɔmərˈʃelə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verzamelterm voor omroeporganisaties met winstoogmerk
    Een andere 'nieuwigheid' is dat de staatssecretaris vindt dat de publieke omroep minder amusement moet brengen; laat die programma's maar door de commerciëlen worden gemaakt en uitgezonden.

Etymologie

* met de uitgang -n gevormd meervoud van het zelfstandig gebruikte bijvoeglijk naamwoord commerciële