commissie

vrouwelijk (de)/kɔˈmɪsi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. groep personen met een bepaalde opdracht of voor een bepaald doel bijeengeroepen
    EU benoemt speciale commissie om belastingdeals te onderzoeken [http://www.nu.nl/economie/3991471/eu-benoemt-speciale-commissie-belastingdeals-onderzoeken--.html www.nu.nl]
    Thorbecke, die voorzitter was geweest van de commissie die de grondwet van 1848 moest voorbereiden, heeft zich vanaf het begin tegen opname van artikel 54 in de grondwet verzet.
  2. vergoeding voor het werk van iemand die voor een ander iets koopt of verkoopt in de vorm van een klein deel van de koopsom
    Toen ze tegen Johannes zei dat er te veel van hun kostbare commissie verloren zou gaan als ze iemand inhuurden om voor hen naar het buitenland te varen, had hij dat niet ontkend.
  3. opdracht tot het vervaardigen van een object in de kunstwereld, zoals een schilderij.

Etymologie

*van Middelnederlands "commissie"

Vertalingen

Engelscommission, committee
Franscommission
DuitsKommission
Spaanscomisión, corretaje
Italiaanscommissione
Portugeescomissão
Turkskomisyon
Poolskomisja
Zweedskommission
Deenskommission