compagnie

vrouwelijk (de)/ˌkɔmpɑˈɲi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. militair (militair) onderdeel van een bataljon, bestaande uit ongeveer 100-150 manschappen onderverdeeld in pelotons
    De hele compagnie was aangetreden.
  2. een gezelschap met commerciële doelstellingen, gewoonlijk met een toegekend monopolie, vennootschap, handelsvereniging
    Er waren compagnieën voor de kolonisatie overzee, maar ook op de woeste gronden van Drenthe.

Etymologie

*afgeleid van het Franse 'compagnie' (gezelschap, omgang) ()

Vertalingen

Engelscompany
Franscompagnie
DuitsKompanie
Spaanscompañía, cuadrilla, compañía