compagnie
vrouwelijk (de)/ˌkɔmpɑˈɲi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (militair) onderdeel van een bataljon, bestaande uit ongeveer 100-150 manschappen onderverdeeld in pelotonsDe hele compagnie was aangetreden.
- een gezelschap met commerciële doelstellingen, gewoonlijk met een toegekend monopolie, vennootschap, handelsverenigingEr waren compagnieën voor de kolonisatie overzee, maar ook op de woeste gronden van Drenthe.
Etymologie
*afgeleid van het Franse 'compagnie' (gezelschap, omgang) ()
Vertalingen
Engelscompany
Franscompagnie
DuitsKompanie
Spaanscompañía, cuadrilla, compañía
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek