compiler

mannelijk (de)/kɔm'pɑjlər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. informatica (informatica) computerprogramma dat een in een brontaal geschreven programma (broncode) vertaalt in een semantisch equivalent programma in een doeltaal (objectcode) (en meestal tegelijk met andere programma´s 'linkt')

Etymologie

*afgeleid van het Engelse 'compiler' ()

Vertalingen

Engelscompiler
Franscompilateur
DuitsCompiler
Spaanscompilador