componeren
/ˌkɔmpoˈnerə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov), (muziek) een muziekstuk schrijvenHij had twee sonates gecomponeerd.
- uit onderdelen een nieuw geheel makenHij had met alle hem bekende ingrediënten weer een nieuw spannend verhaal gecomponeerd.
Etymologie
*afgeleid van het Latijn compōnere (samenstellen) of het Franse composer
Vertalingen
Engelscompose
Franscomposer
Spaanscomponer
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek