componeren

/ˌkɔmpoˈnerə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov, muziek (ov), (muziek) een muziekstuk schrijven
    Hij had twee sonates gecomponeerd.
  2. uit onderdelen een nieuw geheel maken
    Hij had met alle hem bekende ingrediënten weer een nieuw spannend verhaal gecomponeerd.

Etymologie

*afgeleid van het Latijn compōnere (samenstellen) of het Franse composer

Vertalingen

Engelscompose
Franscomposer
Spaanscomponer