compote
mannelijk/vrouwelijk (de)/kɔmˈpɔt(ə)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) (fruit) vruchtenmoes, zoete moes van gekookt fruit en suiker minder stevig dan jam
Etymologie
*afgeleid van het Oudfrans compost en het nieuw-Franse 'compôte'
Vertalingen
Spaanscompota, fruta cocida
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek