compromis

onzijdig (het)/kɔmproˈmɪs/

Wat is de betekenis van compromis?

compromis betekent: overeenkomst waarbij de betrokken partijen concessies doen om tot een voor allen aanvaardbare oplossing te komen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. overeenkomst waarbij de betrokken partijen concessies doen om tot een voor allen aanvaardbare oplossing te komen

Voorbeelden van "compromis" in een zin

  • De partijen hebben een compromis gesloten.
  • Tijdens de coalitieonderhandelingen moesten beide partijen water in de wijn doen om tot een compromis te kunnen komen.
  • Het zichtbaarste gevolg is dat politici het compromis nu al decennia omschrijven als moetje. Het kan niet anders. We hebben geen keus. Het is nu eenmaal ons systeem. Zo is de intrinsieke meerwaarde van het compromis volledig uit het politieke discours verdwenen. Nooit zegt een politicus nog dat onze hele cultuur erop is gebouwd dat tegenspraak een voorbode van samenspraak is. Dat ideeëncompetitie tot betere ideeën leidt. Dat we onze beschaving danken aan het feit dat burgers bereid waren iets van hun eigenbelang in te leveren om het grote geheel te verbeteren. NRC Tom-Jan Meeus 4 juni 2016

Etymologie

*via Middelnederlands """ van """, in de betekenis van ‘schikking’ aangetroffen vanaf 1351

Vertalingen

Engelscompromise
Franscompromis
DuitsKompromiss
Spaanscompromiso