concertganger
mannelijk (de)/kɔnˈsɛrtxɑŋər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die een muziekuitvoering bezoekt
Etymologie
* Samenstellende afleiding van concert en gang
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* Samenstellende afleiding van concert en gang