concertpodium

onzijdig (het)/kɔnˈsɛrtpodijʏm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziek (muziek) verhoging waarop musici zich bevinden als zij in een uitvoering verzorgen{{citeer|web|citaat=
    Maar zodra ik het concertpodium op stap, transformeer ik. Dan word ik de componist wiens muziek ik speel, en voel ik me een koning: degene die alles mag bepalen.
    Het opgefriste terrein, met naast nieuwe concertpodia, nieuwe kunstwerken, een groot 24-uursgebied en meer veganistische eetgelegenheden, lijkt ruimer.
    Bowie zingt, klapt, schreeuwt en danst alsof hij op een groot concertpodium staat.
  2. muziek, figuurlijk (muziek) (figuurlijk) gelegenheid voor muziekvoorstellingen
    Voor het experiment komen naar verwachting zo’n 100.000 freelancers in aanmerking die werken voor onder meer muziek- en dansgezelschappen, theaters en concertpodia.
    De missie van een concertpodium ligt in de muziek. Vanuit deze missie werk je aan diversiteit en inclusie. Natuurlijk wil een concertgebouw in een stad die voor de helft bestaat uit mensen met een andere culturele achtergrond, vaak geboren Rotterdammers, zich verhouden tot álle Rotterdammers.
    In de voormalige technische school aan de Dr. Jan van Breemenstraat (West, niet ver van het Rembrandtpark) komen naast de club in de oude fietsenkelder ook een concertpodium, restaurant, café en een sportlocatie.
  3. muziek, figuurlijk (muziek) (figuurlijk) werk als musicus
    Simon bekrachtigt zijn afscheid van het concertpodium met een tiental roerende herbewerkingen van minder bekende songs uit zijn rijke oeuvre.
    Middelmatige mannen hebben op het concertpodium plaats gemaakt voor getalenteerde vrouwen.