concilie

onzijdig (het)/kɔn'sili/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vergadering van kerkelijke ambtsdragers, voornamelijk bisschoppen, onder leiding van de paus

Etymologie

*afgeleid van het Latijnse 'calāre' (samenroepen)

Vertalingen

Engelscouncil
Fransconcile
DuitsKonzil
Spaansconcilio