concilie
onzijdig (het)/kɔn'sili/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vergadering van kerkelijke ambtsdragers, voornamelijk bisschoppen, onder leiding van de paus
Etymologie
*afgeleid van het Latijnse 'calāre' (samenroepen)
Vertalingen
Engelscouncil
Fransconcile
DuitsKonzil
Spaansconcilio
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek