conducteur

mannelijk (de)/ˌkɔndʏkˈtør/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. spoorwegen, beroep (spoorwegen) (beroep) een medewerker van het openbaar vervoer die reizigers op vervoersbewijzen controleert, de orde dient te bewaren, maar vooral ook servicemedewerker is.
    De conducteur is nu al drie keer langs geweest.

Etymologie

*Opgelet: in het Frans heeft conducteur een andere betekenis, namelijk bestuurder (bijvoorbeeld van een trein of een bus)

Vertalingen

Engelsguard, conductor
Franscontrôleur, receveur
DuitsSchaffner
Spaansrevisor, cobrador de tranvía
Turkskondüktör
Zweedskonduktör