confetti
mannelijk (de)/kɔn'fɛti/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- felgekleurde papiersnippers die tijdens feesten en optochten in de lucht gegooid worden en dan in een wolk neerdwarrelenDe carnavalsoptocht trok al hossend en confetti strooiend door de straten.
Etymologie
* Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘papiersnippers’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847 (Oorspronkelijk waren confetti snoepjes, die in Italië bij bruiloften aan de gasten uitgedeeld werden (de letterlijke vertaling uit het Italiaans is dan ook "suikerwaren"))
Vertalingen
Engelsconfetti
Fransconfetti
DuitsKonfetti
Spaansconfeti
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek