confiserie

vrouwelijk (de)/kɔnfizə'ri/

Wat is de betekenis van confiserie?

confiserie betekent: (snoepgoed), (industrie) bedrijf dat snoepgoed maakt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. snoepgoed, industrie (snoepgoed), (industrie) bedrijf dat snoepgoed maakt
  2. snoepgoed, handel (snoepgoed), (handel) winkel waar snoepgoed wordt verkocht
  3. snoepgoed, snoepwaren

Voorbeelden van "confiserie" in een zin

  • Het produceren van de gehele collectie heeft meer dan 50 uur in beslag genomen. 'Je hebt te maken met het ontwerp, de productie en als het niet goed gaat, moet je weer opnieuw beginnen', legt Manfred Spaargaren van de gelijknamige confiserie uit Uithoorn uit.
  • Het draait volgens de krant om adventskalenders van Rausch, Confiserie Heilemann, Arko, Riegelein "The Simpsons", Feodora Vollmilch-Hochfein Chocolade, Smarties, Hachez Adventskalender "Schöne Weihnachtszeit", Friedel Adventskalender en Lindt "Adventskalender für Kinder".
  • De Zwitserse zoetwarenkoning Richard Sprüngli is op 97-jarige leeftijd overleden. Dat heeft zijn familie woensdag bekendgemaakt. Onder zijn leiding lanceerde het familieconcern Confiserie Sprüngli meer dan een halve eeuw geleden het befaamde Luxemburgerli-koekje.

Betekenis en uitleg van confiserie

Confiserie verwijst naar een assortiment van zoete lekkernijen, zoals snoep, chocolade en gebak. Het is de kunst van het maken van deze zoetigheden, vaak met een focus op verfijning en presentatie.

Je gebruikt het woord 'confiserie' vooral in de context van patisserie of zoetwarenwinkels, waar hoogwaardige snoepjes en chocolade worden verkocht. Het woord heeft een luxe connotatie en wordt vaak geassocieerd met ambachtelijke bereidingswijzen en speciale gelegenheden, zoals feesten of cadeau-geven. Confiserie kan ook verwijzen naar de specifieke technieken die worden gebruikt om deze lekkernijen te maken.

Voorbeelden

  • De confiserie in de stad bleek een waar paradijs voor zoetekauwen.
  • Voor haar verjaardag kreeg ze een prachtige doos met confiserie van een lokale chocolatier.
  • Tijdens het evenement konden de gasten genieten van een selectie verfijnde confiserie die met veel zorg was bereid.

Woordoorsprong

Het woord 'confiserie' komt van het Franse 'confiserie', dat is afgeleid van 'confire', wat 'koken' of 'inleggen' betekent, en verwijst naar het conserveren van fruit in suiker.

Veelgestelde vragen over confiserie

Wat is de betekenis van confiserie?

confiserie betekent: (snoepgoed), (industrie) bedrijf dat snoepgoed maakt

Hoeveel betekenissen heeft confiserie?

confiserie heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft confiserie?

confiserie is een vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van confiserie?

Synoniemen van confiserie zijn: banketbakkerij, banketbakkerswinkel, patisserie, banketwinkel, suikerbakkerij.

Hoe gebruik je confiserie in een zin?

Voorbeeld: “Het produceren van de gehele collectie heeft meer dan 50 uur in beslag genomen. 'Je hebt te maken met het ontwerp, de productie en als het niet goed gaat, moet je weer opnieuw beginnen', legt Manfred Spaargaren van de gelijknamige confiserie uit Uithoorn uit.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, verdere etymologie aldaar