congé

/kɔ͂ː'ʒe/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. ontslag
    Maar toen m'n stem het niet meer deeKreeg ik spoedig m'n congéToch denk ik altijd nog met liefde aan m'n eersteM'n eerste meisje van de zangverenigingM'n allerliefste klein sopraantjeWaar 'k mee wandelde in 't maantjeMaar die niet meer aan me denkt nu 'k niet meer zing
    Totdat corona het tapijt onder alles en iedereen vandaan trok en Everts haar congé kreeg. Dankzij haar connecties met de mannen achter Natuurlijk Glamping heeft Everts in ieder geval deze zomer een baantje waarmee ze zichzelf bezig kan houden en haar gedachten kan afleiden van wat had kunnen zijn in Tokio.
  2. verlof

Etymologie

* van het Frans

Vertalingen

Engelsdischarge, paying off
Franscongé