congres

onzijdig (het)/kɔŋˈɣrɛs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een grote vergadering van deskundigen op een bepaald vakgebied
    Het congres vindt plaats op zaterdag 13 november 2012.
  2. bijeenkomst met lezingen
  3. bijeenkomst van leden van een politieke partij
  4. bijeenkomst van een organisatie
    In Maastricht, bij het jaarlijkse congres tijdens de WK wielrennen, heeft de UCI een motie aangenomen om "pogingen om de pijnlijke aspecten van de wielergeschiedenis te exploiteren" te negeren.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘samenkomst’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1552

Vertalingen

Engelscongress
Franscongrès
DuitsKongress
Spaanscongreso