congrescentrum

onzijdig (het)/kɔŋˈɣrɛsɛntrʏm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) bouwwerk met meerdere vergaderzalen, bestemd voor vergaderingen en andere bijeenkomsten
    Toen premier Edi Rama de trappen van het congrescentrum kwam afgewandeld, grapten zijn vrienden: „Erop af, Jeroen, jij bent belangrijk.”
    „Het congrescentrum ligt twee meter onder zeeniveau”, zegt hij.
    Langs de hele kuststrook verrees een uitgebreide infrastructuur om toeristen en grote evenementen te lokken: pretparken, hotels, vakantieresorts met golfbanen, culturele megacomplexen, congrescentra, een F1-circuit en een vliegveld.
  2. bedrijf (bedrijf) onderneming die een gebouw en personeel aanbiedt waar vergaderingen en andere bijeenkomsten kunnen worden gehouden
    Congrescentrum RAI Amsterdam gaat zo’n 30 procent van de banen schrappen omdat het zwaar te lijden heeft onder de coronacrisis.
    Dat betekent dat ook kerken en congrescentra weer grotere bijeenkomsten kunnen organiseren, zoals bruiloften
    Zo kan hij bezoekers laten zien dat het instituut ook een grote bibliotheek heeft, een congrescentrum en afdelingen waar onderzoek wordt gedaan naar onder meer duurzame ontwikkeling, landbouw en gezondheidszorg.