congresvoorzitter

mannelijk (de)/kɔŋ'ɣrɛsforzɪtər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) persoon die een landelijke vergadering van een politieke partij leidt
  2. persoon die een grote vergadering leidt
  3. voorzitter van een deel van de volksvertegenwoordiging