connector
mannelijk (de)/kɔ'nɛktɔr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (elektrotechniek) verbindingsstuk (stekker, contrastekker) die een elektrische verbinding tot stand brengt tussen vele adertjes (die ook weer los genomen kan worden)
- (werktuigbouwkunde) verbindingsstuk om onderdelen mechanisch te koppelen
Etymologie
*afgeleid van het Engelse 'connector'
Vertalingen
Engelsconnector
Fransconnecteur
DuitsKonnektor
Spaansconector
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek