consistorie
onzijdig (het)/kɔnsɪstɔˈri/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (n) (religie) een vergadering van de paus met het college van kardinalenHet consistorie kent niet, zoals de diaconie, een overkoepelend centraal orgaan.
- (n) (religie) de kerkenraad van een protestantse kerkPredikanten en ouderlingen hebben volgens hun ambt zitting in het consistorie.
- (f)/(m) de ruimte waar [2] vergadertDe ouderlingen zitten nog in de consistorie te overleggen.
Etymologie
*Van het Latijnse consistorium
Vertalingen
Engelsconsistory
DuitsKonsistorium
Italiaansconcistoro
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek