contradictie
vrouwelijk (de)/kɔntra'dɪksi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- tegenstrijdigheidDe contradictie zocht naar haar zwakke plek om meer tweedracht te zaaien.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘tegenspraak’ voor het eerst aangetroffen in 1512
Vertalingen
Spaanscontradicción
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek