controleerbaarheid
vrouwelijk (de)/ˌkɔntroˈlerbarˌhɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het toetsbaar zijn van iets of iemand
- de mate waarin iets of iemand beheersbaar is
Etymologie
* afleiding van controleerbaar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* afleiding van controleerbaar