controleren

/ˌkɔntroˈlerə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) toezicht houden
    als gevolg daarvan was het nodig om te controleren op stabiliteit en betrouwbaarheid.
    Het filtersysteem is uitgerust met sensoren die informatie verzamelen over de condities van het systeem, het gezuiverde luchtvolume en de fijnstofconcentratie en de weersomstandigheden, om zo de efficiëntie van het systeem permanent te kunnen controleren. Tubantia Erik Kouwenhoven 13-03-18 [https://www.tubantia.nl/auto/rijdende-stofzuigers-gaan-lucht-in-binnensteden-zuiveren~a15f8254/ Rijdende stofzuigers gaan lucht in binnensteden zuiveren]
    De meest kritieke fase is daarmee voorbij, meldt de brandweer, die 950 brandweerlieden inzette. De vlammen worden geblust met behulp van vliegtoestellen. Er blijven nog 520 brandweerlieden in het gebied om de brand verder te controleren. Hulpdiensten spreken van een "megabrand".
  2. ov (ov) beheersen, overheersen
    het experiment waarbij mensen met hun gedachten computers controleren is niet het eerste in zijn soort, rapporteert Wired
    Ajax controleerde in de eerste helft de wedstrijd volkomen, maar in de tweede helft was de tegenstander sterker.
    Mensen moeten het regenwoud met rust laten. Het aansteken van branden moet dus verboden worden. Nu wordt er bijna niet gecontroleerd. Er moet dus ook beter gecontroleerd worden.

Etymologie

*afgeleid van het Franse contrôler ( en )

Vertalingen

Engelscontrol, check, inspect
Franscontrôler, vérifier
Duitskontrollieren, besichtigen, überprüfen
Spaanscontrolar, examinar, comprobar
Italiaanscontrollare, esaminare, verificare
Portugeeschecar, inspecionar, examinar
Russischконтролировать
Japans点検する, チェックする
Arabischاستأنى, دقق, ضبط
Poolssprawdzić
Zweedskontrollera