Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

controleuse

vrouwelijk (de)/kɔntroˈløzə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) vrouw die nagaat of aan gestelde eisen wordt voldaan en maatregelen neemt als dat niet zo is
    Ook had ik graag, desnoods in een voetnoot, de naam vermeld gezien van Madame X, een anonieme controleuse die in de jaren vijftig en zestig langs de filialen trok en haar bevindingen rapporteerde aan Zaandam. Madame X ging in haar observaties tamelijk ver. Zij noteerde bijvoorbeeld dat een filiaalhouder een erg rode neus had en dat hij zijn mond bij het afwegen van grutterswaren niet helemaal gesloten hield.
    Een jaar geleden gebeurde het me ook. Op de tram gestapt, kaart klaar, vergeten te stempelen. Daar komt de controle: een Surinaamse en een Indonesische controleur, een Surinaamse controleuse en een witkop.

Etymologie

*van "contrôleuse", op te vatten als afgeleid van "controleren"