conveniëren

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. absol (absol) passen, gelegen komen, schikken
  2. ov (ov) bijeenroepen
    De Gouverneur-Generaal en Raden van Indiën kunnen in het civile voor gene andere Regtbank in Indiën worden geconvenieerd dan voor het Hoge-Geregtshof. Bijdragen tot de taal-, land- en volkenkunde van Neêrlands Indië deel 8. 1864
  3. ov, juridisch (ov) (juridisch) overeenkomen
    En is eindelijk nog goedgevonden en geconvenieerd dat nopens 't geen waar over bij deze conventie niet speciaal is verdragen een ijder der beide heeren contractanten zal zijn ...Handvesten, privilegien, vrijheden, voorregten, octrooijen enz. der stad Dordrecht. {{Aut|Pieter Hendrik van de Wall

Etymologie

*afgeleid van het Franse convenir (schikken, bevallen, overeenstemmen) ( en )