corner

mannelijk (de)/ˈkɔrnər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voetbal (voetbal) een hoekschop vanuit een van de hoekpunten van een voetbalveld
    Als een voetballer de bal over de eigen achterlijn trap krijgt de tegenpartij een corner.
  2. hoek van een ruimte

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘hoekschop’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1950